Openingsstatement Haider Al Timimi - seizoen 2026-2027
Ik heb een droom of is het een nachtmerrie?
Ik word wakker helemaal vooraan.
Niet als eerste in de rij voor een opening met lauwe wijn.
Maar vooraan waar het asfalt nog warm is.
Aan de barricade.
Waar je de brandende rubber ruikt.
Waar de matrakken het ritme bepalen.
Met een rookbom tussen je benen en traangas dat maar niet wil oplossen.
Waar je niet zeker weet of je er hoort, maar waarvan je ook niet meer terug kan.
Eerlijkheidshalve … ik heb daar nooit gestaan.
Ik was een middenmens. Een beetje naar achter zelfs.
Bij de ouders met hun kinderen op de schouders.
Met een kartonnen bord met te grote letters die niet helemaal passen.
Met een lichte schaamte om te luid te zijn.
Met urgentie, zeker, maar ook zin in koffie achteraf.
Ik zei: het is mijn kunst die de stem draagt.
Ik maak, dus ik ben betrokken.
Ik wandel mee. Ik rouw mee. Ik draag bij.
Maar nu sta ik ineens vooraan.
Waar de lucht dun is en je ogen rood en wazig zijn.
Vooraan is geen concept.
Vooraan is verantwoordelijkheid.
Vooraan betekent dat er niets tussen jouen de klap zit.
Je roept iets en schrikt van je eigen stem.
Je doet het één keer, alles eruit, bijna zonder toestemming en daarna is er stilte.
Geen antwoord.
Geen echo.
Je kijkt achterom. Er is amper reserve.
Geen dagploeg die het overneemt.
Geen goed uitgeruste brigade met mediaplan en crisiscommunicatie.
Je bent de laatste stem die nog rechtop staat.
Last man standing.
Soms voelt het kunstenaarschap zo.
Alsof we plots aan de barricade staan, zonder ons daarvoor aangemeld te hebben.
Alsof de rest de trein naar de manifestatie heeft gemist.
Terwijl wij hier staan, oog in oog met het waterkanon.
Alsof de politiek nog op het perron staat om de dienstregeling te analyseren.
Omdat men liever analyseert dan beweegt.
Ze analyseren de slogans, terwijl wij die al lang roepen.
Ze spreken over complexiteit, terwijl achter de linie een uitroeiing plaatsvindt, zichtbaar, in hoge resolutie.
Inefficiëntie is geen fout meer, maar een houding.
Tijd winnen.
Woorden wegen.
Net lang genoeg wachten tot het momentum voorbij is.
Ondertussen kijken we naar lichamen onder het puin.
Stemmen die openlijk liegen. En toch geloofd worden.
Niet ondanks de leugen. Soms dankzij.
De media zoeken naar iemand die het ontkent. Voor de balans.
Om het dan breed te citeren.
Zo wordt wat zichtbaar is, wat onaanvaardbaar is, weer ‘complex’.
Terwijl de doden al geteld zijn.
In die ruimte tussen ontkenning en herhaling, tussen leugen en balans, zijn wij beland. De kunsten.
Niet omdat we helden zijn.
Maar omdat we niet zijn weggelopen.
Maar laat ons eerlijk zijn: dit is geen verdienste. Dit is een afwenteling.
We zien naast ons kunststudenten in de boeien geslagen worden.
Nog maar net op zoek naar hun taal.
Nog niet wetend hoe hun stem klinkt.
Nog voor ze dat proces kunnen doorlopen, wordt er al iets anders van hen gevraagd.
Om urgent te zijn. Om politiek te zijn.
Om positie in te nemen.
Er is amper tijd om te zoeken.
Ook zij worden, net als wij, minutemade-activisten.
Niet omdat ze dat kozen, maar omdat de lelijkheid van de wereld hen op de hielen zit. Dus dragen ze dat gewicht.
En wij, met onze Bromptons en fietshelmen.
We schrijven dossiers die beoordeeld worden op consistentie, terwijl we spreken over urgentie.
We tonen aan dat we financieel gezond zijn, duurzaam, professioneel.
We beantwoorden vragen en schrijven verslagen over hoe we dekoloniseren.
Terwijl de kolonisatie zich voltrekt voor onze ogen.
We plakken stickers op onze laptops: ‘Fuck the Bureaucracy’.
En respecteren dan het maximum aantal tekens.
Misschien hebben de kunsten hun tanden verloren.
Niet omdat ze oud zijn, maar omdat ze geleerd hebben om netjes te bijten.
Beheerd risico. Urgentie zonder gevolg.
Kritiek zonder namen.
Op de Berlinale werd gezegd dat kunst en politiek gescheiden moeten blijven.
Misschien.
Maar wat als de politiek al lang heeft afgehaakt?
Wat als het beleid al lang heeft gekozen voor de veilige kant?
Dan is die scheiding tussen kunst en politiek geen principe meer.
Dan is het een excuus.
Misschien moeten de kunsten zich dan afvragen:
Wat willen we belonen?
Wie willen we beschermen?
Wat mag kunst nog doen?
Mag ze verstoren?
Mag ze verliezen?
Mag ze falen?
Echte noodzaak is zelden netjes.
Ze komt binnen met modder aan de schoenen.
Ze breekt iets.
Ze schaamt zich niet voor het ongemak dat ze veroorzaakt.
Ik vrees dat we over vijf jaar zullen zeggen: we hebben alles goed beheerd.
We hebben niemand verontrust.
We hebben niemand wakker gemaakt.
Ik droom ook iets anders.
Dat we durven blijven staan waar we staan.
Dat we niet wachten tot iemand anders roept.
Dat er ruimte komt voor het onverwachte, voor makers zonder netwerk, voor ideeën die niet passen in het raster, voor projecten die mislukken en toch noodzakelijk waren.
Want de echte crisis is niet het geld.
Niet de smaak.
Niet de aandacht.
Het is het geloof.
Geloof dat kunst geen decor is voor een beleid, maar een kracht die dat beleid soms moet tegenspreken.
Die soms moet zeggen: dit klopt niet.
Die niet wacht op toestemming.
Misschien staan we daar weer, vooraan.
Misschien kijken we dan achterom en zien we meer dan stilte.
Misschien is er dan een tweede stem.
Of een derde.
Haider Al Timimi
artistiek leider Antigone