Het dagboek van Tom Dupont

Tom Dupont is de dramaturg van Nachtasiel en bewerkte mee de tekst van Maxim Gorki. Als voorbereiding op deze voorstelling is hij al een jaar vrijwilliger bij de Nachtopvang. Die is bedoeld als noodoplossing voor daklozen die op zoek zijn naar een veilige en rustige overnachting. Er wordt voorzien in een ontbijt en avondmaal en er kan gedoucht worden. Sinds november 2016 houdt Tom een dagboek bij.

22 november 2016

Een man belt aan met vrouw en kind en zegt dat hij gereserveerd heeft voor 1 nacht. Hij herhaalt een paar keer dat één nacht voldoende zal zijn. Meer is echt niet nodig.

Een man vraagt een koude doos melk in plaats van een warme. Warme melk is niet goed voor zijn hart, zegt hij.

Een man toont een verkreukeld papier waar een appartement op staat dat hij kan huren voor 500 euro per maand. Het is op de vijfde verdieping en heeft een balkon. Hij is er heel tevreden mee. Als hij het niet meer ziet zitten, kan hij nog altijd naar beneden springen.

Een vrijwilligster zegt dat ze nooit haar handtas meeneemt naar hier. Ze stelen hier alles, zegt ze. Zelfs de potjes boter.

Iedereen die binnen komt heeft recht op: 1 of 2 handdoeken - Een plastieken potje met vloeibare zeep - Een tandenborstel met wat tandpasta - Een plastieken potje met wat scheerschuim - 1 scheermes - Oorstokjes - Inlegkruisjes

Er staat een doos vol chocolade voor het personeel, omdat het Sinterklaas is. De chocolade raakt niet op, en ze vragen mij of ik er wil meenemen naar huis.

12 januari 2016

Een man heeft zijn bed ondergekotst en vraagt materiaal om het op te kuisen.

Een vrouw zegt dat ze blij is dat ze binnen kan slapen. Ze vertelt dat het buiten soms onveilig is. Ze slaapt met een hamer.

Een vrijwilligster vertelt me dat er ’s avonds enkel decafeïne koffie wordt geschonken. Zo slapen de mensen sneller in en is er minder kans op conflict.

Een man komt binnen in de eetruimte en vindt het veel te warm. Het verschil met buiten is veel te groot. Een andere man vindt het net ideaal en is blij dat hij eindelijk in de warmte is. Hij gaat bovenop de radiator zitten.

De daklozen mogen hun eigen eten voortaan niet meer opwarmen in de keuken. Er zijn op dit moment bedden tekort en men wil iedereen de kans geven om te komen slapen. Mensen met eten worden aanzien als te welstellend en ze willen hen op die manier ontmoedigen naar hier te komen.

Een journalist doet zijn beklag omdat hij net als de daklozen buiten moet staan wachten. Hij vindt de ontvangst allesbehalve hartelijk en eist excuses.

17 maart 2017

Een Poolse man vertelt me dat hij als eerste zijn moeder zou bellen, als hij wat geld zou hebben. Bellen naar Polen is duur en hij heeft slechts geldwaarde voor drie minuten. Dat vindt hij de moeite niet. Dan bel je beter niet.

Een jongeman wordt na een schorsing van een week terug binnen gelaten. Daklozen mogen enkel ’s nachts in de nachtopvang verblijven, maar hij had zich verschanst in het toilet in de hoop ook overdag in de warmte te kunnen blijven.

Een moeder komt binnen met een kind. Het kind zegt vrolijk dat haar papa niet mee is vanavond. Ze kent de nachtopvang duidelijk goed en stapt gezwind naar haar kamer.

Een jonge man komt binnen. Ik ken hem van vroeger en spreek hem aan bij zijn naam. Ik zeg wie ik ben maar hij zegt dat hij me niet herkent. Hij gaat alleen zitten en leest de krant terwijl hij een stapel boterhammen eet. Af en toe kijkt hij me aan zonder iets te zeggen.

Een teamleider zegt dat geld niet het probleem is bij daklozen. Het is de onmogelijkheid om mee te draaien in ons maatschappelijk systeem. Geldtekort is daar slechts een gevolg van.

Een Braziliaanse vrouw plooit bloemen van de papieren servetten en lacht als ik naar haar kijk.

20 mei 2017

Een man komt melden dat er iemand op de grond van de wc heeft geplast in plaats van in de pot. Hij waarschuwt een andere man die op zijn blote voeten loopt. Een begeleider zegt dat hij het maar zelf moeten opkuisen. De begeleiders hebben een eigen toilet.

Een man vertelt dat hij een goede plek heeft gevonden om zijn spullen achter te laten zodat hij niet meer alles moet meesleuren. Hij wil de plek eerst niet verklappen, maar uiteindelijk is de drang te groot. Ik ben immers niet zoals de anderen uit op zijn slaapzak en matras.

Een man staat buiten. Hij wil bellen om een kamer te reserveren, maar zijn gsm werkt niet. Hij moet telefoneren om binnen te mogen. Een begeleidster gaat naar buiten en geeft haar gsm zodat de man kan bellen.

Een begeleidster zegt me dat dit een tijdelijke job is. Ze vindt weinig uitdaging in haar werk en er zijn geen doorgroeimogelijkheden.

Twee mannen worden geweigerd omdat alle bedden bezet zijn. Ze worden terug de stad ingestuurd.

17 augustus 2017

Een jongeman komt aan onze tafel zitten zonder me te groeten. Korte mouwen, tattoos en een armbandje van het ziekenhuis. Hij is er zonder te verwittigen weggelopen.

Een Oost-Europese man zit de hele tijd te wenen. Hij vertelt met handen en voeten dat zijn vriend gisteren straalbezopen in het kanaal gesprongen is. Toen hij de politie wilde bellen, begrepen ze hem niet. Hij heeft een wagen tot stilstand gebracht die de hulpdiensten heeft verwittigd, maar ze kwamen te laat. Duikers hebben uren later zijn lichaam uit het water gevist.

Alles in de nachtopvang is er op gericht dat niemand er zich kan thuis voelen. Geen kaders aan de muren, geen kleuren, alles wit. De bedoeling is dat mensen zich er niet willen nestelen.

Een kind toont me zijn collectie flippo’s en vraagt me waar de mijne zijn. Hij wil er samen mee spelen. Zijn schoenen geven licht wanneer hij stapt.

Een man die een appartement toegewezen kreeg komt nog eens dag zeggen tegen iedereen. Hij vindt zijn huis eenzaam en mist de maten van op straat.

Dit dagboek werd bijgehouden als deel van het dramaturgisch onderzoek naar de voorstelling Nachtasiel. Meer info en reservaties.