Troost en humor op de pediatrie

In Met de nacht kiezen regisseurs Michaël Vandewalle en Marlies Tack voor een opvallende combinatie van ervaring en nieuw talent. Ineke Nijssen is een ervaren Vlaamse actrice. Yinka Kuitenbrouwer is op haar beurt jong, Nederlands talent. Samen kruipen ze in de rol van twee verpleegsters die op de pediatrische afdeling van het "hospitaal" werken. Als toeschouwer word je geconfronteerd met de dagelijkse taken die een verpleegster voorgeschoteld krijgt in een dynamisch spel dat je meteen meeneemt in het verhaal.

Eén week. Dat is de tijd die actrices Kuitenbrouwer en Nijssen kregen om het kindertoneelstuk tot stand te brengen. En hoe. Met een minimaal decor en heel veel expressie brengen Kuitenbrouwer en Nijssen een overtuigend verhaal over verpleegsters die de nachtshift draaien op de kinderafdeling van een ziekenhuis. Een stuk over eenzaamheid, troost en lange nachten. Maar met de nodige humor en muziek gebracht.

Toch zorgde de korte tijdspanne niet voor onnodige stress. “Zeven dagen intensief met elkaar samenwerken schept een band. We kenden elkaar al op voorhand, maar hadden nog nooit samen op een podium gestaan. De tijdsdruk maakte het allemaal wat spannender maar er was geen stress om het stuk af te krijgen,” zegt Nijssen.

Ze vormen een dynamisch duo. Ook tijdens de voorstelling werkt het enthousiasme tussen personages Rosa (Nijssen) en Virginie (Kuitenbrouwer) aanstekelijk. Het plezier waarmee ze hun rol vertolken is ook als toeschouwer duidelijk voelbaar. Als we de zaal binnenlopen, staan de actrices al op scène. Inclusief crocs en verpleegpakjes. Twee stoelen, een bijzettafel, een karretje en een afschermdoek op wieltjes tonen aan dat we in een ziekenhuis terecht gekomen zijn. Er klinkt een zacht, repetitief deuntje dat door het geroezemoes van het publiek overstemd wordt. Tot Rosa en Virginie beginnen te zingen.

De dag die troost de nacht
De zon die troost de maan
De choco troost de boterham
De schil troost de banaan

De toon is gezet. Ook verder in ‘Met De Nacht’ blijven muziek en klank centraal staan. Het getik van een lepeltje tegen een koffietas, computergeluiden en een (weliswaar gesproken) ping van liftdeuren die opengaan. Ook rijmwoorden spelen een belangrijke rol in het stuk. Daardoor vormt alle gesproken tekst een uitzonderlijk geheel. Hoewel de rijmpjes soms spelen met de rand van caramel, slagen Tack en Vandewalle erin om het stuk voor elke toeschouwer even hilarisch, aangrijpend en herkenbaar te maken.

Gemis en heimwee zijn geen makkelijke thema’s om te brengen, maar kinderen begrijpen beter emoties dan we denken. “Elk kind krijgt te maken met verdriet en pijn, maar daar focussen we niet op. We proberen een positieve boodschap over te brengen dat troost ook in het ziekenhuis bestaat,” verduidelijkt Kuitenbrouwer. “En natuurlijk hopen we dat kinderen zien hoe mooi het beroep van een verpleegkundige is.”

Hoewel humor een rode draad is in het stuk, merk je dat de sfeer plots volledig omslaat. Michaël Vandewalle en Marlies Tack kaarten in het kindertoneelstuk ook enkele maatschappelijke thema’s aan.

Het is midden in de nacht
Een kerel van 14 jaar ligt diep te slapen
Hij is eigenlijk niet ziek
Hij kon nergens anders terecht
Geplaatst door het gerecht
Crisisopvang heet dat dan

Er heerst een vreemde sfeer in het ziekenhuis. De nacht brengt duisternis, heimwee en pijn. Maar niets dat de lieve verpleegsters niet kunnen verhelpen. Met een fascinerend lichtspel worden emoties, zonder ook maar één woord, perfect vertolkt.

Hoewel er tijdens de voorstelling enkele dingen misgingen, losten Kuitenbrouwer en Nijssen dit erg professioneel op. Hier en daar een knipoog en een stukje geïmproviseerde tekst zijn het perfecte voorbeeld van hoe het duo elkaar naadloos aanvult.

In onze ogen een meer dan geslaagd stuk waar zowel jong als oud van kan genieten. Het geheel vormt een volmaakt evenwicht tussen humor en realiteit. Het ene moment zit je te gieren van het lachen, het volgende moment ben je volledig stil. Rosa en Virginie nemen je tevan begin tot eind mee in de wervelende wereld van de pediatrische afdeling.

Tekst: Amber Moreels en Camille Slambrouck