“Mijn hart ligt bij decors die verbeelding vragen”

Wat is een scenograaf en wat doet zo iemand? Op het driedaagse theaterfestival Futur Liquide in Theater Antigone staan heel wat voorstellingen, elk met uiteenlopende decors. Maja Westerveld doet het in Drek met een simpele telefooncel, daar waar de acteurs van Slachtinge fungeren in een ronddraaiend rad dat als je goed kijkt, een gekantelde huiskamer is. Dat idee is ontstaan in het brein van Giovani Vanhoenacker, voormalig huisscenograaf van Theater Antigone en nu als freelance decorontwerper aan de slag. We gingen op bezoek in het werkatelier naast zijn huis en vroegen hem naar de finesses van zijn job en het belang van beeld in theater.

De verbeelding van een theaterdecor

Giovani is een gepassioneerd decorbouwer. Hij maakt graag specifieke decors waarbij de kijkers hun eigen verbeelding kunnen oproepen. Hij studeerde Decor- en Standbouw in Brugge en ging in 2000 – hij was toen twintig – aan de slag bij Theater Antigone. Zijn eerste eigen scenografie maakte hij een paar seizoenen later, in 2002-2003, voor Gevecht met neger en honden, in een regie van Ruth Gillis. “Je moet een paar decors gemaakt hebben vooraleer je ervaring hebt. Je moet ermee touren, het moet demonteerbaar zijn”, vindt hij.

Het was eigenlijk nooit Giovani’s bedoeling om scenograaf te worden. Hij droomde van een carrière als decorbouwer voor televisie. Ooit kreeg hij de kans om een filmdecor te ontwerpen en te bouwen, maar hij liet die uiteindelijk toch vallen. Hij voelde dat zijn hart meer ligt bij het artistieke, bij decors die niet letterlijk moeten zijn, maar de fantasie aanwakkeren. “De verbeelding die bij een theaterstuk komt kijken, is zoals bij het lezen van een boek. Je kiest als toeschouwer zelf op welke manier je iets ziet of interpreteert”, verduidelijkt hij. “Je kan mijn beroep vergelijken met dat van een fotograaf. Alleen kies ik niet voor foto’s maar kunstwerken op scène.”

Giovani werkt nu als freelancer. Hij wordt gevraagd voor workshops door externen en bouwt ondertussen decors in zijn atelier. In de workshops geeft hij opdrachten en laat hij zijn studenten maquettes maken. Er komen veel tips en uitleg aan te pas. “Die workshops zijn heel interessant en leiden soms zelfs tot nieuwe opdrachten”, vertelt hij. “Ooit werd ik achteraf gecontacteerd door een modeontwerpster die les had gevolgd bij mij en inspiratie zocht voor haar volgende fotoshoot. Meestal vragen mensen om eens langs te komen om te luisteren naar wat ze al hebben.”

Inspiratie uit de lucht

Inspiratie haalt Giovani uit het lezen van kunstboeken. Of door op plaatsen te zitten die
inspirerend werken. Met volle goesting denkend aan wat hij al dan niet wil. “Eigenlijk gaat het om composities maken en daar kruipt veel tijd in. Ik ga ermee slapen en sta
ermee op. Feestdagen, weekends, mijn hoofd ik is altijd aan het werk. Als het klaar moet zijn, moet het klaar zijn. Theater is hard werken, zowel voor de acteurs als de ploeg achter de schermen. Theater slaapt niet.”

Een vast proces voor hoe een scenografie tot stand komt, bestaat niet. Iedereen doet het op een andere manier. Het komt of het komt niet. “Het meest frustrerende? Niet op een idee komen. Soms kan ik gewoon een dag in een stoel zitten en naar de lucht kijken en denken aan wat ik zou kunnen doen. Dan ben je betaald om een dag naar de lucht te kijken. Ik kwam ooit eens niet op een idee en ben naar huis gegaan, op mijn dak geklommen en daar gebrainstormd. Na een halfuur wist ik wat ik wilde maken.”

Ingenieus decor of minimalistisch kunstwerk

“Er zijn verschillende manieren om te beslissen hoe complex of simpel een stuk wordt. Op sommige momenten komt het van pas om een minimalistisch stuk te ontwerpen qua tijdsdruk. Andere keren moet het iets ingenieus zijn, iets zot. Dat zijn decors waarop ik altijd heel trots ben.” Giovani maakte afgelopen zomer Karkas, een kunstwerk voor de herdenking van de Eerste Wereldoorlog, in samenwerking met Waterfront. “Het was een kruising tussen een aangespoelde walvis en resten van een duikboot. We wilden 300 mensen samenbrengen om die sculptuur symbolisch uit de zee te trekken, alsof we het verleden weer blootlegden”, legt Giovani uit. Een ander voorbeeld is het decor voor Fimosis, een theatervoorstelling waarbij hij één decorstuk had gemaakt en samenwerkte met andere scenografen. Dat gebeurt wel vaker.

Werken en herwerken

Beslist de scenograaf in zijn eentje? Neen. De regisseur heeft het eindwoord. “Zelfs het beste idee kan dus zomaar worden weggegooid. Als de regisseur het niet ziet, komt het niet.” Wat jammer is natuurlijk. Stel je voor: je ontwerpt, maakt en de regisseur wijst het af. Al je werk voor niets.” Maar ook het publiek kan hard zijn. “Soms werk je wekenlang aan een decor en zeggen mensen gewoon “mooi decor”. Dat is jammer. Theater is een wereld van complimenten, maar je kan niet altijd een dansje verwachten.”

“Gelukkig is de theaterwereld daarin flexibel.” Giovani vertelt dat er in theater veel respect is voor elkaar. “Neem je tijd, wees maar even kwaad”, klinkt het dan. “Maar the show must go on. Dan kies je zelf hoe je tot een nieuw ontwerp komt. Dan gaat het weer over het zoeken naar inspiratie.”

Giovani helpt ook personages vorm te geven. Zoals recent bij de voorstelling Woestzoeker zocht hij mee naar zowel personages als kostuums. Op dit moment is Giovani bezig bij Tuti Fratelli in Antwerpen. “De acteurs op zich vormen daar al bijna het decor. Hoe ze op de scène staan, bepaalt hoe het stuk in elkaar zit qua decor. De positionering van mensen is daar erg belangrijk.”

Nieuwe media in theater

Samen met videast Peter Monsaert heeft Giovani heel wat stukken gemaakt waarin projectie gebruikt werd. “Dan moet je daar als acteur mee spelen en een goed evenwicht zoeken,” vindt hij. “Als je een goede combinatie kan maken tussen klassiek en technologisch theater, is dat fijn. Maar als projectie de scenografie overheerst, dan is de voorstelling voor mij minder geslaagd. Ik vind het goed om nieuwe technologie te gebruiken en ermee te experimenteren, maar ik ga er niet bewust naar op zoek. Daarvoor ben ik te veel gericht op het artistieke eindresultaat.”

Giovani voelt dat het gebruik van media en technologie in theater stilaan stagneren. “Die vernieuwingen vallen niet meer weg te denken uit het theater, maar het ambachtelijke wint stilaan weer terrein. Niet te veel tralala, gewoon straffe acteurs in een straffe performance. Zet die in een goed decor, lichtje erop, met een sterke regisseur erbij. Als dat allemaal samenvalt, gebeurt er iets bijzonders. De ene mens vindt een voorstelling natuurlijk fantastisch en de andere niet. Persoonlijk ben ik niet gauw gepakt door een videoproductie of een hele lichtshow. Als er ruimte is voor verbeelding of als de voorstelling mij ontroert, zit het meestal goed.”

Tekst: Margot Nuyttens en Silke Vercruysse
Foto's: Elien Vervaet