“Ik ben dankbaar voor elke kans”

Theater Antigone zet dit weekend de deuren open voor jong en ervaren theatertalent tijdens het driedaagse theaterfestival Futur Liquide. Een openhartig interview met theatermaaksters Hanne Timmermans (24) en Maja Westerveld (33) onthult hun visie op de theaterwereld en welke impact hun beroep heeft op hun persoonlijke leven.


Theatermaakster Hanne Timmermans bracht als jonge twintiger vier jaar van haar leven door in hartje Brussel. Tijdens die periode hield ze een dagboek bij. Dat werd de leidraad voor haar eigen theaterstuk. De apologie van de Romanticus is een autobiografie die de romantiek bekritiseert. De focus ligt op de “echte” liefde, niet die op een gouden schoteltje die we voorgeschoteld krijgen uit Hollywood.


Veel theatermakers weten al van jongs af aan dat theater hun passie is. Daarna volgen – bijna logischerwijs – drama- of regieopleidingen. Bij Hanne zat dat anders. Zij stortte zichzelf in een kappersopleiding, maar haar buikgevoel zei altijd dat het podium haar plek was.
Hanne: “Als kind volgde ik dramalessen in de academie. Ik heb altijd geweten dat ik op het podium wilde staan. Poëtisch schrijven doe ik niet. Ik schrijf in de vorm van een dagboek, alles in één keer. Voor mij is het een soort van therapie. De woorden stromen en vloeien over mijn blad heen, net zoals ik spreek.”


We kunnen ons inbeelden dat niet elk publiek even betrokken is bij een voorstelling, maar Hanne laat zich daardoor niet van de kaart brengen.
Hanne: “Heb ik niet het juiste publiek? Dan is er altijd een volgende keer die beter zal gaan. Toch is een wederzijdse connectie met het publiek belangrijk. Theater is een passie, iets waarnaar ik uitkijk. Als ik mij geamuseerd heb, beschouw ik een stuk als geslaagd.”


Hanne is nog jong, maar speelde al in heel wat stukken mee. Moeilijk om te kiezen op welke rol ze het meest trots is.
Hanne: “Ik ben enorm fier op mijn rol in Hamlet, een productie van Abattoir Fermé. Ik ben helemaal verzot op dat theaterhuis, op de visie, de acteurs. De voorstelling werd gespeeld in Nederland en België. Het is voor zulke kansen dat ik heel dankbaar ben.”

Beginnende theatermakers en acteurs kunnen heel wat leren door te kijken naar podiumveteranen. Welke tips kan Hanne als jonge maker toch al meegeven?
Hanne: “Doe vooral je eigen ding. Laat je niet beïnvloeden door wat anderen denken. Probeer je eigen gevoel te volgen en leer van collega’s. Als ik op het podium sta, geniet ik voor de volle 100%. Spelen doe ik altijd in het nu en ik laat me meeslepen door het moment. Zelf ben ik een vrij onzeker persoon, maar in theater kan en mag alles.“


Hoe ziet Hanne haar toekomst?
Hanne: “Ik zie mezelf groeien als een zelfstandige vrouw, met meer kennis en ervaring. En ik wil blijven spelen, want dat is mijn passie.”

Maja Westerveld is een goedlachse thirtysomething met beide hakken stevig in de Drek van de actualiteit. Op Futur Liquide brengt ze een razendsnelle monoloog.


Vanwaar de passie om theatermaakster te worden? Ze begint spontaan te lachen.
Maja: “Dat is een goeie vraag. Er was niet echt één punt in mijn leven waarop ik dacht: ‘ik wil theatermaakster worden’. Ik ben altijd gefascineerd geweest door verhalen en verhalen vertellen. Ik herinner me de prentenboeken waarbij ik zelf het verhaal mocht verzinnen. Theater is dé plek bij uitstek waar verhalen tot leven komen. Die magie heeft veel indruk op me gemaakt.”


Moet je als theatermaker over talent beschikken en verschillende opleidingen volgen? Maja twijfelt.
Maja: “In Utrecht heb ik de opleiding Theaterschrijven gevolgd aan de toneelschool en daarna studeerde ik aan de regieopleiding in het RITCS in Brussel. Ik weet niet of dat altijd de beste manier is om theatermaker te worden. Je leert via een opleiding mensen uit het veld kennen en je bouwt een netwerk op, maar hoe je theater maakt, leer je vooral in de praktijk, denk ik. Door het veel te doen. Iemand die veel ambitie heeft en gedreven is, heeft misschien helemaal geen opleiding nodig . Of klinkt dat wat naïef?”


Maja leeft in een drukke wereld, maar welke impact heeft dat op haar persoonlijke leven? “Een hele grote!” is haar eerste antwoord.
Maja: “Ik woon ergens anders dan waar ik vandaan kom, ik maak andere keuzes. Mijn leven in België is een groot verschil met vroeger, maar ik zou voor geen goud meer willen ruilen. Het idee dat ik geen theatermaker zou zijn, maakt me onrustig. Het meest zichtbare verschil met mijn omgeving in Nederland is dat al mijn vrienden een gezin hebben. Ikzelf ben daar niet zo mee bezig. Ik weet niet of dat per se samenhangt met theater maken, want ik ken genoeg fulltime artiesten die ook een gezin hebben. Werken als theatermaker neemt voor mij nu vrijwel alle tijd in beslag, maar ik geloof niet dat het één het ander uitsluit.”

Heb je iemand waarnaar je opkijkt? Een soort inspiratiebron?
Maja: “Ik was, voor ik aan het RITCS begon, al gegrepen door het werk van Abattoir Fermé. Ik heb daar tijdens mijn stage veel waardevolle dingen geleerd. Ook ben ik enorm gefascineerd door de werken van de Poolse avantgardekunstenaar en theaterdirecteur Tadeusz Kantor én de monumentale beelden uit voorstellingen van Dogtroep.”


Sinds 2017 maakt Maja deel uit van het theatergezelschap Abattoir Fermé. Dat is als jonge theatermaakster een luxepositie om in te zetelen.
Maja: “Tijdens mijn stage in 2014 ontstond er een klik tussen mij en Abattoir. Stef heeft me naar aanleiding van die stage aangeboden om bij hen verder opgeleid te worden als maker. Het meest waardevolle aan die positie is dat ik een constant inhoudelijk gesprek heb over makersschap, theater, het werkveld, de wereld waarin we maken. Dat is een voortdurende evaluatie die ervoor zorgt dat je je ontwikkelt.
Daarnaast mag ik gigantisch in mijn handen knijpen dat ik niet bezig hoef te zijn met opdrachten zoeken. Natuurlijk moet je je verhouden tot een veld en ben je één van de vele jonge makers, maar ik hoef me gelukkig niet aan te passen aan de vraag van opdrachtgevers. Ik probeer me niet te laten beïnvloeden of afleiden door concurrentie. Misschien is dat onrealistisch, maar daar zou voor jonge makers eigenlijk de focus niet mogen liggen.”


Alhoewel Maja theatermaakster is, kan je haar op Futur Liquide ook zelf zien spelen in haar monoloog Drek. Het schrijven van haar tekst is de grootste voorbereiding die er is, maar wat kan een publiek boeien?
Maja: “Ik heb een grote voorliefde voor sukkels. Mensen die spartelen, klein maar dapper hun hoofd boven water houden: daar schrijf ik graag over. Drek gaat over een personage dat haar wekker niet heeft gehoord en het universum raast verder zonder haar. Helaas moet ik constateren dat ‘op tijd komen’ en vooral het niet op tijd komen een autobiografisch element is. Het was niet de inzet, maar natuurlijk lijkt het personage dat ik speel ergens in de verte toch op mij.
Het grote voordeel van een monoloog is dat je alles zelf mag bepalen. Natuurlijk zijn er ook enkele minder leuke momenten: voor de voorstelling zit ik alleen in de kleedkamer en erna neem ik alleen het applaus in ontvangst.”
Maja leerde – net zoals vele anderen – Jos Verbist, de directeur van Theater Antigone, kennen via het RITCS. Haar monoloog werd gespot en via-via kreeg ze het voorstel om op Futur Liquide te staan. Een kans die ze met beide handen greep. Het is de eerste keer dat ze te gast is in het theaterhuis, maar een initiatief als Futur Liquide kan ze enkel en alleen toejuichen. Jonge talenten hebben veel plekken nodig om te leren spelen en om te gaan met een publiek. Dat is ook wat Jos ons vertelt.

Jos kreeg de smaak voor theater te pakken bij een amateurkring opgericht door zijn broer. Nu is hij actief als gastdocent aan het RITCS. Dat is ook de plek waar hij jonge talenten spot en hen uitnodigt om deel te nemen aan het theaterfestival Futur Liquide.

Jos: “Ik wilde een plek creëren waar jong talent de kans krijgt om te spelen. Zo zetten ze hun eerste stappen als beginnend regisseur of acteur terwijl ze omringd zijn door professionele mensen. Doordat ik mee aan de RITCS-opleiding zit, zie ik mensen die mij interesseren, mensen die talent hebben. Wat voor mij een grote rol speelt, is dat een stuk ergens over moet gaan. Het moet een publiek boeien.”


Jonge makers en acteurs, staat dat ook gelijk aan een jong theaterpubliek?
Jos: “Bij Theater Antigone hebben we een gemengd publiek. Als jonge gast is het ideaal om hier theater te bewonderen. Door onze beperkte capaciteit word je niet overweldigd door een veel te grote zaal. Je kan niet wegkruipen achter de “ theatergangers”, want hier is iedereen even betrokken bij wat er op de vloer gebeurt.”
“Je speelt in het NU en voor het publiek dat op dat moment voor jouw neus staat.” – Jos Verbist

Tekst: Danh Truong en Kjenta Vangampelaere
Foto's: Luc Depreitere