Haider Al Timimi over Utopera

Meer lezen over de voorstelling?
Andere makers aan het woord?

Haider Al Timimi werd geboren in Bagdad en kwam in 1996 op zesjarige leeftijd naar België met het hele gezin. Hij studeerde hier elektronica en informatica, maar belandde via het breakdansen bij Union Suspect, waar hij tot 2012 in de artistieke kern zat.

“Bagdad ligt me nog steeds heel na aan het hart. Het is een prachtige stad. Toen ik er weg ging was er oorlog tussen Iran en Irak en sindsdien is het er eigenlijk nooit opgehouden. Ik heb het land dus nooit in rust gekend.
De media tonen ons het Midden-Oosten altijd als een oorlogszone. Terwijl een stad als Bagdad bijvoorbeeld ook geleerd heeft om zichzelf recht te houden. Bruggen die er vier, vijf, zes keer worden platgebombardeerd, worden ook evenveel keer heropgebouwd. De stad zou pas echt vernietigd zijn als die veerkracht niet meer wordt vermeld.
Daarom wil ik een poging doen om het beeld van Bagdad te counteren. Het is een plek met een heel rijke geschiedenis. Een belangrijke plaats. Natuurlijk heerst er gevaar op dit moment, maar Bagdad is zo veel meer dan enkel oorlog en woestijn.  Als je naar Irak kijkt als louter een conflictgebied, dan pas ontneem je haar inwoners alle hoop.

Utopera is geen Wikipedia-voorstelling geworden, maar een kleinmenselijke vertelling waarmee ik het publiek in contact wil brengen met een wereld die het niet kent. Met haar cultuur en haar muziek ook. Ik heb een liefde voor dat multidisciplinaire. Zo kan ik wat ik niet in woorden kan vertellen, omzetten in beeld en muziek. Woorden zijn vaak te letterlijk, en verbeelding kan meer dan tekst alleen.
We dansen bijvoorbeeld op tegels in de voorstelling. Dat helpt om de realiteit te voelen. We spelen letterlijk op een puinhoop, waardoor het makkelijker is om in onze personages te kruipen. Ook het publiek heeft op die manier iets tastbaars om hun verbeelding op in te laten werken.

De vorm van opera gebruik ik omdat dat een specifiek deel van het verhaal is. Ik wilde iets maken rond een grotesk gebouw dat ontworpen wordt als de start van de nieuwe metropool Bagdad. Iets over de hoogmoed van dat idee. In mijn fantasie is dat een operagebouw geworden, en Dipika belichaamt dat deel van de vertelling. Had ik meer geld gehad, dan had ik misschien een grootse opera gemaakt. Nu moet Dipika het in haar eentje doen, maar ze doet dat fantastisch. Ze is een schitterende zangeres.

De voorstelling is ontstaan vanuit een fascinatie voor de architecte Zaha Hadid. Zij kwam ook uit Irak en maakte buitenaardse architectuur. Heel futuristische gebouwen. Ook zij werd gevraagd om een gebouw te ontwerpen in Bagdad, maar ze is gestorven voor ze aan de opdracht kon beginnen. Door dat verhaal ben ik beginnen denken: kan één enkel gebouw een volk zo hard in beweging brengen dat ze het hele land willen heropbouwen? Had Zaha Hadid zo de stad kunnen redden?

Die gedachtes hebben een tweede vraag in mij losgemaakt. Waarom schatten we bepaalde monumenten hoger in dan mensenlevens? De verwoesting van Palmyra bracht bijvoorbeeld veel meer emoties teweeg dan de dood van een kind in Syrië. Hoe komt dat? Wie of wat zou ik willen redden? Ik heb er nog steeds geen antwoord op, maar de complexiteit van die vraag wil ik ook tonen in de voorstelling. Mijn hart zou onmiddellijk voor het kind kiezen, natuurlijk, maar het vernietigen van een monument staat gelijk aan het wissen van een identiteit van een volk. Van een hele geschiedenis.

Voor mij is dat dan ook het belangrijkste moment van de voorstelling: wanneer de personages beseffen dat een monument niet noodzakelijk een hoop stenen hoeft te zijn. Een mens met een toekomstbeeld is dat net zo goed. Op het moment dat we in Utopera die mensen onder de aandacht brengen, de geleerden die gedood zijn in de oorlog: daar komen voor mij alle vragen samen